Boon je mee?

Ik hoef voor dit publiek niet te betogen dat het eten van minder vlees een van de grootste bijdragen is die je als consument kunt leveren aan het wereldvoedselvraagstuk. Of heel precies: minder dierlijke eiwitten. Immers, zuivel, kaas en alle andere producten van dierlijke eiwitten gemaakt, zorgen voor dezelfde problemen. “Tja”, zeggen critici dan, “de markt zal dit te zijner tijd zelf oplossen. Door stijgende prijzen van graan en maïs wordt vlees immers zo duur dat het straks een luxeproduct is”. Of, ook een leuke: “wat we hier minderen, dat gaan ze in China en India allemaal net zo hard weer bij-eten”.

Met dit soort argumentatie heb ik niet zoveel. Ik ben van de school dat we zelf verantwoordelijk zijn en dat we alles wat we nu kunnen verzinnen, gewoon moeten doen. Er is geen wereldregering die de verdeling van het voedsel op aarde regelt en dit vraagstuk namens ons allen gaat oplossen. De supermarkt gaat dit niet doen. De landbouworganisaties gaan het niet doen. De Nederlandse overheid gaat dit zeker niet doen. En van een gemiddelde Nederlandse veehouder kun je niet verlangen dat hij vrijwillig broccoli gaat telen. Wij consumenten zijn zelf de oplossing!

Hypocriet

Moeten we dan allemaal vegetarisch worden? Wat mij betreft niet. Hoewel ik zelf ongeveer twintig jaar van mijn leven zo heb geleefd, ben ik weer een beetje vlees gaan eten toen ik woonde op een plek waar beesten opgroeiden te midden van de natuur en ik ook wel snapte dat die lammetjes en kalveren die geboren werden niet allemaal groot konden worden. Dan hou je geen landbouwgrond meer over. En ik mezelf wat hypocriet vond omdat ik al die jaren wel melk was blijven drinken. Het gaat om balans, is inmiddels mijn overtuiging. Als we beesten houden in landbouwkringlopen, dan houden we het nog een tijdje vol op aarde. Maar, schrik niet, dan komt er voor ons westerlingen vermoedelijk nog maar één a twee keer per week een lapje vlees op het bord.

Paniek! Nee hoor, producenten als de Vegetarische Slager hebben inmiddels alternatieven die niet van echt te onderscheiden zijn. Maar het kan nog simpeler: de boon. Pardon? Jawel, de peulvrucht. Hoebedoelu? Witte bonen, bruine bonen, borlottibonen, kapucijners, kikkererwten, linzen, tuinbonen, gewone erwten, spliterwten en zelfs lupinen of soja. Prima spul: rijk aan volwaardige eiwitten, voedzaam, goedkoop, gezond, gemakkelijk te verwerken en ook nog eens goed in Nederland te telen. En die teelt draagt op zijn beurt ook nog eens bij aan de bodemvruchtbaarheid en bindt stikstof. Daar kan geen industrieel geproduceerde vleesvervanger tegenop!

Er is alleen één klein probleempje. Hij heeft een beetje een stoffig imago. Is het de naam waardoor de peulvrucht in het verdomhoekje is beland? De beelden van nijvere macrobiotische gezondheidsfanaten die trouwhartig de droogbonen twintig uur laten weken en twee uur koken? Het feit dat we denken bonen niet te kunnen combineren met ons jachtige hippe leven van 2013?

Realiteit is dat in Nederland maar een schamele 900 gram bonen per persoon per jaar op het menu staan, tegenover 45.000 gram vlees (vegetariërs niet meegerekend).

Boon-gevoel

Hier ligt dus een megakans! Reden waarom Urgenda en de Bruine Bonenbende (Volkskrantjournalist Onno Kleyn, culinair historicus Lizet Kruyff en voedingskundige Yneke Vocking) vanaf 2 september de Peulenparade starten. Een ludieke campagne om mensen een beter ‘boon-gevoel’ te geven. De methode is simpel en beproefd. Tijdens de #bonenestafette in 2011 voerden we al een online campagne die mensen opriep om driemaal daags bonen te eten en het estafette-stokje aan elkaar door te geven. In korte tijd circuleerden de leukste recepten, festiviteiten (een Zeeuwse bonentour) en waren culinair journalisten van alle grote Nederlandse dagbladen aan boord. Dit keer pakken we het ietsje groter aan en gaan mensen in zo’n 2500 kantines in Nederland smikkelen van broodjes humus, linzensoepen, bonensalades of lupinekroketten. Zelfs de rijksoverheid neemt de handschoen op en geeft zes weken lang in steeds wisselende ministeries het goede voorbeeld.

Niks wet- en regelgeving. Niks convenanten. Gewoon zonder hulp van de industrie (die moeten nog wennen aan het idee dat je van een boon een hip product kunt maken), maar met veel passie, enthousiasme én een goed netwerk, mensen verleiden om mee te doen. Omdat het lekker is. Omdat het leuk is. Omdat het makkelijk is. Omdat het weer eens wat anders is. Meer ingrediënten heb je uiteindelijk niet nodig voor om een beweging in gang te zetten van consumenten die een echte verandering van onderop kunnen bewerkstelligen. Bonen jullie mee?

Deel dit artikel opTweet about this on TwitterShare on Facebook
november 2014 032
"Is het de naam waardoor de peulvrucht in het verdomhoekje is beland?"