Vijf sterren varkens

“Hoeveel sterren dierenwelzijn zou je jezelf geven?”, vraagt een snuggere deelnemer aan de masterclass voedseltransitie. “Vijf”. Varkenshoudster Marijke Koenen zegt het zonder aarzelen. De vraag komt op terwijl een groep docenten, programmamanagers en een enkele lector uit het agrarische onderwijs wordt rondgeleid op haar kleinschalige boerderij. Regelmatig zijn hier nog geen 250 beesten, verdeeld in verschillende leeftijdsgroepen. Momenteel zijn er zo’n 40 moedervarkens (zeugen). Twee nesten verse biggen, worden in een aparte stal warm gehouden onder lampen. Om de haverklap liggen ze aan bij moeder zeug, terwijl de groep deelnemers aan de masterclass van achter glas vertederd toekijkt.

Koenen is het Vair varkenshuis een jaar of vijf geleden gestart met haar man Michiel, na een ingrijpende periode van overleg met de buurt. Hun aanvankelijke plannen om op de voormalig kippenboerderij een stal met 250 zeugen te starten, werd door de inwoners van het Brabantse Erp weggehoond. Te veel stank en lelijke stallen in het landschap. Voor Koenen was het een proces dat haar leven veranderde. Na ettelijke sessies met de buurt, besloot het echtpaar de stallen te laten zoals ze waren en een heel kleinschalig bedrijf te starten met verkoop en een educatieruimte aan huis. Immers, Marijke had haar hart verpand aan de beesten en wilde niets liever dan wederom een varkenshouderij beginnen. Tegen wil en dank werd ze dus een koploper in haar sector. IMG_3288Met 60 zeugen word je door je collega varkenshouders – nog vrijwel uitsluitend gericht op veel en goedkoop produceren – bepaald niet serieus genomen. En door de bank al helemaal niet. Maar voor haar stond als een paal boven water: ik ga dit tot een succes maken. Ze verdiepte zich in marketing, de wensen van de consument en maakte die tot de speerpunten van haar bedrijfsvoering. Transparant tot op het bot en met het welzijn van de dieren met stip op nummer 1. Inmiddels is de buurt haar beste klant en – even afkloppen – lijkt het erop alsof ze ook haar boterham kan verdienen met het leveren van het best denkbare varkensvlees. Zo bewijst ze straks het ongelijk van iedereen die beweert dat een bedrijf met zo weinig varkens niet kan overleven. En brengt ze in de praktijk wat velen in Nederland langzamerhand vinden: we moeten toe naar minder, maar beter vlees.

Transitie in de veehouderij

Deelnemers aan de masterclass voedseltransitie laat ik op vijf verschillende dagen kennis maken met innovatieve ondernemers in diverse sectoren van onze voedsel- en landbouwproductie. Aan de hand van de wetenschappelijke principes van het transitiemanagement, bekijken we vervolgens hoe een omslag zou kunnen plaatsvinden naar een radicaal àndere manier van produceren (gezond, duurzaam, eerlijk). Hoe kunnen deze niches – want dat zijn de innovatieve ondernemers nog vaak, maar niet allemaal – invloed uitoefenen op het regime? Uiteraard stuit je bij deze vraagstukken al snel op de rol van prijs (blijft het dweilen met de kraan open als de kiloknallers gewoon in de winkel liggen?) of op de onvoorspelbaarheid van de consument. Die blijkens vele opinieonderzoeken duurzaamheid bij de voedselaankopen steeds minder belangrijk vindt. Lectoren Han Swinkels (duurzame veehouderijketens aan de HAS) en PJ Beers (nieuwe businessmodellen, HAS en DRIFT), stonden ons hierbij ter zijde. Swinkels had een duidelijke boodschap aan de sector: “Veehouders moeten de transitie maken van veehouder naar voedseproducent”. Beers suggereert dat je meerdere ‘transitiepaden’ zou kunnen bewandelen. Die van verduurzaamde schone bulk, naast de zogenaamde low tech – high value bedrijven.

 

IMG_3318De transitie in de veehouderij is complex. Immers, de vele tientallen koplopers die het anders doen, zijn allemaal kleinschalig. Ze moeten opboksen tegen een grote, sterke keten die gedomineerd wordt door een paar krachtige bedrijven, verwerkers en brancheorganisaties. Hoe kan het anders? De deelnemers aan de masterclass zien veel heil in samenwerking van niches, gezamenlijk optrekken naar de markt. Directe lijnen met de consument, een exclusief product verkopen en zorgen dat het concept dat jij als ondernemer voert ook vermenigvuldigbaar is en te gebruiken door anderen. “In de niche is de prijs ondergeschikt aan de kwaliteit van het product”, merkte een groepje deelnemers op. “Het wordt wel een issue als een niche groter wordt en naar de supermarkt gaat”. Ook de consument zou zich moeten organiseren, zo concluderen anderen. En gebruik maken van zijn macht. Eveneens helpt samenwerking van koploperbedrijven met kennisinstellingen en hebben ze baat bij de persoonlijke drive van politici, CEO’s van grote bedrijven en andere ondernemers. Anderzijds is het ook een kwestie van ‘gewoon doen’. Een ondernemer als Marijke Koenen kan veel verschil maken door anderen tot inspirerend voorbeeld te zijn.

IMG_3325Een mooie rol voor het agrarisch onderwijs, zou ik zeggen, om deze ondernemers een plek te geven in de leslokalen. Of, nog beter, groepen leerlingen mee naar het bedrijf te nemen. En een kans voor onze nieuwe staatssecretaris Martijn van Dam, om de daad bij het woord te voegen dat Nederland meer moet inzetten op innovatie. Topsectoren zijn geen garantie voor het ontstaan van innovaties, concludeerde de WRR al eens. Wellicht moet Van Dam na de kerst ook eens een tourtje langs koploper-boeren in Nederland maken.

Deel dit artikel opTweet about this on TwitterShare on Facebook
IMG_3302
Met 60 moedervarkens word je door je collega-varkenshouders bepaald niet serieus genomen.