IMG_2722

De noodzaak

Hoe zorgen we voor een voedselsysteem dat een positieve impact heeft op aarde, mens, dier en economie? Dat is de vraag waar het allemaal om draait.

De lijst problemen is eindeloos. 18 – 20% van onze klimaatverandering komt door onze landbouw- en voedselproductie. De biodiversiteit holt achteruit, een tekort aan schoon water en grondstoffen dreigt. Zeeën raken leeggevist, we gebruiken kostbare landbouwgrond in derde wereldlanden om onze veestapel te voeden. Terwijl gewassen als soja en lupine waardevol voedsel voor mensen zijn. Ruim 800 miljoen mensen op de wereld heeft niet genoeg te eten; meer dan een miljard mensen is te dik omdat ze te veel en ongezond eet. Vet, zoet, bewerkt en koolhydraatrijk eten maakt ons letterlijk ziek. Onze efficiënte landbouwproductie – veel voor weinig – heeft tal van nare bijwerkingen. Het ene voedselschandaal is nog niet weggeëbd, of het volgende eist een plek op in de krantekolommen. Je zou er moedeloos van worden. Toch kunnen we ons dat niet permitteren. Daarvoor is ons voedsel eenvoudig te belangrijk. En liggen er te veel kansen juist in Nederland om het anders te gaan doen. Aan de slag, dus!

Voedseltransitie

Er is een radicale omslag nodig naar een heel andere manier van eten produceren en consumeren. Meer plantaardig en minder dierlijk, verser en onbewerkter, handel in veel kortere voedselketens, productie binnen regionale kringlopen, geen verspilling. Dit zijn slechts enkele elementen van zo’n transitie.

Ondernemers, overheden, boeren, jongeren, koks, culinair journalisten, consumenten en andere vernieuwers zijn gemotiveerd om iets aan ons voedselsysteem te veranderen. Vernieuwende producenten, voedselcollectieven, markthallen en fooddesigners buitelen over elkaar heen. Maar wie zijn de echte changemakers die ons systeem laten kantelen? En wat brengt dit veel genoemde kantelpunt dichterbij?

Waar de vernieuwing enerzijds volop gaande is, houden de grote voedingsmiddelenpartijen het fort. En in plaats van vergaande innovaties te omarmen, zetten ze het liefst met de hele sector samen kleine stapjes. Dat is geen transitie. Dat is meer van het oude, maar dan een beetje duurzamer. Dat is werken vanuit angst om alles wat je hebt opgebouwd, kwijt te kunnen raken.

 1509732_10205753212337656_4695636689292099202_n

Radicale verandering

Zo’n transitie gaat niet over kleine stapjes. Het gaat over een onomkeerbare en radicale verandering van het discours. Dit vergt moed. Het vergt inzicht in de bottlenecks en kennis van de – soms kleinschalige – innovaties die het verschil kunnen maken. En vrijheid van denken over nieuwe voedselketens, over nieuwe structuren. Om zo een gelijk speelveld te creëren voor duurzame spelers. Inspirerende voorbeelden genoeg. De Vegetarische Slager, Jaap Korteweg, is recent door zakenmensen verkozen tot beste ondernemer van Nederland. Willem & Drees zorgden voor de eerste lokaal geteelde groenten in de supermarkt om de hoek en hebben er aan bijgedragen dat groenten en fruit weer een gezicht kregen. De start-up Kromkommer maakt soepen van weggegooide groenten en werkt samen met Albert Heijn in het buitenbeentjes-pakket. Ado Bloemendal werkt met zijn bedrijf Pure Graze al meer dan 10 jaar aan een radicaal andere manier van vee houden. En de talloze boeren- en consumentencollectieven die de voedselketen simpel en kort opnieuw inrichten.

Bovenal is voor zo’n transitie liefde en vertrouwen nodig. Liefde voor het nieuwe, het onbekende. En vertrouwen dat we met elkaar die volgende stappen in de omslag kunnen zetten. Het is hoog tijd. Als de consument meebeweegt, de overheid regels stelt én ruimte geeft aan vernieuwende mkb-ers, als grote marktpartijen de vernieuwing echt omarmen, het agrarische onderwijs meeduwt de goede richting uit, kunnen we met elkaar een duurzame golf veroorzaken. In plaats van een paar rimpelingen in het water. “Vele druppels hollen de steen uit.”

13079873405_7fe4615b30_z-2
Liever een golf dan een paar rimpelingen in het water.