We moeten denken in systemen

“We moeten niet langer werken aan sustainable intensification, we moeten werken aan een transformatie van ons voedselsysteem”. Dat is in het kort de boodschap van Frederike Praasterink, die op 22 februari 2018 haar inaugurele rede uitspraak aan de HAS Den Bosch. Zo’n transformatie vergt een nieuw ontwerp van ons voedselsysteem van ‘minder slecht’ naar ‘netto positief’. Het vergt nieuwe verbindingen met de natuur, met boeren, met consumenten, met de jeugd. En het vergt een herwaardering van ons voedsel, nieuwe prijsmechanismen waarin de werkelijke kosten tot uiting komen.  Voor ons boek VOER – vaart maken met de voedseltransitie, hadden wij het genoegen haar verhaal al eerder op te tekenen.

We moeten af van het keten-denken.

Frederike Praasterink, lector Future Food Systems (HAS) is een bevlogen verteller. Sinds haar sabbatical, waarbij ze onder meer in haar eentje naar Rome fietste, is ze volop in de weer met de spirituele dimensie in haar werk. “Het werd tijd dat ik mijzelf na een jarenlange internationale carrière en 4 jaar lidmaatschap van het College van Bestuur van de HAS opnieuw ging uitvinden.”

“Ieder mens komt op aarde met een opdracht”, meent Praasterink. “Daar zit ook je betekenis, je passie. Als je die te pakken hebt, dan hoef je nooit meer te werken. Ik vroeg me af: wat staat mij in deze levensfase te doen, hoe kan ik met studenten en het werkveld verder bijdragen aan de innovatiekracht van de agrofoodsector? Aan de maatschappelijke impact van die sector op voedselzekerheid, op duurzaamheid en nieuwe economie? Ik ben tijdens die fietstocht mijn grenzen tegengekomen, maar heb ook de verbinding met de natuur teruggevonden.”

De verdwenen relatie van mensen met zichzelf, met anderen en met de natuur is volgens Praasterink een belangrijke oorzaak van de huidige problemen. Zij is een transitiedenker pur sang, met een zeer brede en internationale blik. Tijdens haar vorige lectoraat – Duurzame Wereldvoedselvoorziening – werkte ze met bedrijven in de volle breedte van de agrofoodsector. “Mijn eyeopener is dat verduurzaming, dat wil zeggen de dingen minder slecht doen, maatschappelijk verantwoord ondernemen, onderdeel is van het systeem. Het richt zich veelal op één aspect van de voedselproductie en je blijft onderdeel van de huidige manier van werken. Verduurzamen is buitengewoon belangrijk om te doen, begrijp me niet verkeerd, maar de volgende slag die we als maatschappij zouden moeten maken is werken aan systeeminnovatie, aan een transitie van het huidige agrofoodsysteem. Om het systeem niet alleen een beetje minder slecht te maken, maar echt positief te maken op factoren als biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid, en op gezondheid. Starten bij de maatschappelijke impact en daar het voedselsysteem als het ware opnieuw omheen ontwikkelen.”

 De natuur als inspiratiebron

IMG_5186Dat het echt ánders moet, is duidelijk. Of Nederland daar een leidende rol in gaat spelen, daar is Praasterink niet van overtuigd als ze ziet wat er internationaal allemaal gaande is. Maar Nederland kan wel een grote bijdrage leveren, want volgens haar is ons ecosysteem voor innovatie is heel erg goed. Hoe we dat gaan aanpakken, is ook voor Praasterink een grote vraag. “Dat is mijn zoektocht. Als iemand zegt: ‘ik heb de antwoorden’, dan wantrouw ik die per definitie.” Eén ding is haar wel duidelijk: het gaat om een systeemaanpak. Op meerdere plekken in het voedselsysteem moet verandering komen. Plantaardigere consumptie. Werken aan nieuwe productiesystemen en een manier vinden om de echte prijs door te berekenen, inclusief de kosten van milieuvervuiling. Ook ziet Praasterink veel heil in de samenwerking van de agrofoodsector met andere sectoren als de gezondheidssector en het creatieve domein. En zo zijn er meer uitgangspunten: het ontwikkelen van sociale, economische en ecologische waarden via nieuwe businessmodellen als Shared Value. Voor Praasterink is de natuur ook een inspiratiebron. “Als je kijkt naar de leidende principes van de natuur dan zou je die ook kunnen gebruiken als uitgangspunt om een nieuw voedselsysteem te ontwerpen. De natuur is bijvoorbeeld heel divers, ze gebruikt zonne-energie en afval bestaat er niet.”

Dat we nog redelijk aan het begin staan van die transitie, is duidelijk. Er zijn voorlopers, maar dat is een kleine groep. “Veel niches verdwijnen weer, omdat ze het niet redden. Ze hebben wel een opvoedende taak naar het systeem toe, zoals biologisch dat heeft voor de reguliere landbouw. Veel boeren willen best anders, bijvoorbeeld hun veestapel verkleinen, als ze er een eerlijke boterham mee kunnen verdienen. Maar ze zitten klem in het systeem van kostprijsverlaging door schaalvergroting en kunnen in hun eentje het systeem niet veranderen.” Praasterink is hoopvol over het feit dat er steeds meer partijen en platforms ontstaan die elkaar vinden in een brede visie over voedseltransitie. Die aantonen dat je bijvoorbeeld écht een circulair voedselsysteem in een regio of in een stad kunt ontwikkelen. Die werken aan regeneratieve landbouw, bijvoorbeeld via voedselbossen. En aan het stevig verminderen van voedselverspilling. Aan klimaat-adaptieve landbouw. Onderwijs heeft daar volgens de lector een heel belangrijke rol in. “De jongere generatie is al veel bewuster over duurzaamheid dan mijn generatie. Al die nichespelers en netwerken gaan ons helpen om de bewustwordingsslag te maken en te laten zien dat het echt kan, dat het ook geweldig leuk is om in die internationale partnerschappen te werken aan positieve impact op ecosystemen en op gezondheid. Uiteindelijk zullen die niches dan het regime, het huidige systeem, innoveren, dat is de systeeminnovatie.”

Kun je zo’n transitie managen? “No way! Dat moet je ook niet willen. Regie, controle en beheersing zijn onderdelen van het oude systeem. Je hebt juist platforms nodig, verbinders en inspiratoren, nieuwe samenwerkingsverbanden, ook breder dan alleen de groene sector. Je moet het niet willen controleren en beheersen, het gaat bottom-up. Je hebt aanjagers en goede voorbeelden nodig, niet één almachtige goeroe.”

We hebben change-agents nodig

Praasterink herleidt veel van de problemen in ons huidige agrofoodsysteem tot het gebrek aan verbinding tussen de specialisaties. Een tuinbouwer weet alles van tuinbouw, een veeteler weet alles van veeteelt. Die disciplines zijn wel de motor van het voedselsysteem, maar veel winst is volgens haar te halen in het leren denken in systemen in plaats van in ketens en het inzicht dat als je op één plek in het IMG_5220systeem optimaliseert, je op een andere plek juist, onbedoeld, een probleem kunt veroorzaken. Uiteraard is daar een mooie rol weggelegd voor het onderwijs. Praasterink: “Wij leiden de professionals op voor de toekomst. Als die niet de juiste mindset hebben meegekregen, dan blijven we doordenderen in het systeem van kilo’s per vierkante meter. We hebben change agents nodig en die kunnen wij opleiden. Maar het is ook gewoon nodig dat we productie houden in Nederland. Op de HAS integreren we het nieuwe, we werken aan een omslag, terwijl we het oude – werken aan sustainable intensification – deels behouden. Niet iedereen voelt zich thuis in een onzekere transitiesetting.”
Om die reden is een aantal jaar geleden een nieuwe opleiding ontwikkeld, International Food & Agribusiness, waarbij studenten enerzijds vanuit een mondiale systeemaanpak een brede basis krijgen in duurzaamheid en alle aspecten daarvan, maar zich ook specialiseren. Bij andere opleidingen zoals voedingsmiddelentechnologie of tuinbouw, heeft de HAS duurzaamheidsaspecten in de opleiding zelf geïntegreerd. Dat vergt ook iets van de docenten en de organisatie. “Je moet als organisatie ruimte durven maken voor pioniers en ontwikkelaars. En experimenteerruimte om te leren, waar je ook fouten mag maken. We moeten onszelf niet op de schouder kloppen vanwege de stevige internationale kennispositie van Nederland. Door te durven dromen, door nieuwsgierig en ondernemend te zijn, ontwikkelen we onze verbeeldingskracht over een duurzame toekomst. Door te experimenteren, te leren van partijen die al met die transitie bezig zijn, kunnen we voorsorteren op die weg van nieuwe economie en nieuwe systematiek. Om die change agents op te leiden, zijn speciale docenten nodig die hun passie en de mondiale urgentie voor transitie kunnen overbrengen op studenten. Je kunt dat alleen maar doen vanuit een vorm van inspirational leadership. Ik wil studenten graag meegeven dat ze hun tijd op de HAS kunnen gebruiken om dit te ontwikkelen en de YES-knop te vinden. Welke rol wil jij pakken als innovator of als ondernemer? Gelukkig is een hele nieuwe generatie geïnspireerde professionals in aantocht, die echt al ver is in het denken over mondiale duurzaamheid en het werken in sociale netwerken. Ik zie deze generatie als junior medewerkers die kunnen bijdragen aan de transitie van ons agrofoodsysteem.”

Nieuwsgierig naar het hele boek? VOER – vaart maken met de voedseltransitie is hier te bestellen. 

Nieuwsgierig naar meer Frederike Praasterink? Ze is een van de keynote-speakers op de masterclass voedseltransitie

Deel dit artikel opTweet about this on TwitterShare on Facebook
IMG_5196
Je hebt aanjagers en goede voorbeelden nodig, niet één almachtige goeroe.