Ziek voedselsysteem moet radicaal anders

“Maak niet de consument verantwoordelijk voor ons zieke voedselsysteem”, zo stel ik in een opinieartikel in Trouw op dinsdag 31 juli. “Maar verander het aanbod en pak het prijsmechanisme aan.” Hieronder de volledige tekst.

De noodzaak van een voedseltransitie dringt zich op. De producten die ons huidige voedselsysteem voortbrengt, maken ons ziek. Slecht voedsel is een oorzaak bij kanker, hart- en vaatziekten en diabetes en zorgt voor meer sterfgevallen dan roken.

 We stevenen af op een gezondheidsramp. Om nog maar niet te spreken over de schade die wij aanrichten op onze planeet met onze doorgeschoten, efficiënte en goedkope voedselproductie. Terecht dat na een motie van D66 en ChristenUnie, in juni aangenomen door de Tweede Kamer, voorlichting over gezond eten een belangrijke rol krijgt. Die voorlichting gaat deel uitmaken van het Nationaal Preventieakkoord, dat in wording is.

Verantwoordelijkheid

Toch wringt er iets in het enthousiasme dat de politiek, zorgverzekeraars, levensmiddelenbedrijven en wetenschappers aan de dag leggen voor preventie en voorlichting aan consumenten. Daarmee maken ze indirect de consument verantwoordelijk voor de uitwassen van ons door en door zieke voedselsysteem. En pakken ze het probleem niet bij de wortel aan.

Tientallen jaren heeft de levensmiddelenindustrie miljarden verdiend aan het produceren van ongezond eten. Ze heeft ons verslaafd gemaakt aan goedkoop en bewerkt gemaksvoedsel, dierlijke eiwitten en vlees, suiker, zout en vet. Simpel gezegd omdat een liter Fristi meer opbrengt dan een liter melk. Daarbij geholpen door een stelsel van Europese landbouwsubsidies dat zorgde voor goedkope grondstoffen, en een overheid die het belang van de landbouweconomie zette boven dat van onze gezondheid.

Gezonde, verse producten zijn veelal duurder dan ongezonde. Zodra wij onze neus buiten de deur steken worden wij verleid tot ongezonde aankopen. De ziektes als gevolg van ongezond eten brengen weer geld in het laatje van zorgverzekeraars; inmiddels is een hele gezondheidsindustrie opgestaan.

Bij de congressen en ronde tafels die de laatste tijd over dit onderwerp worden georganiseerd, draait men om de hete brij heen. Partijen die de macht hebben om het tij te keren, proberen met onderzoeken, apps, leefstijlprogramma’s en nudging (duwtjes in de goede richting) de consument te verleiden tot muizenstapjes naar een eetpatroon dat op z’n hoogst iets minder slecht is. Met stappenplannen om percentages zout, suiker en vet langzaam te reduceren blijven levensmiddelenbedrijven in de lead: ze tonen immers hun goede wil. Met vestigingen op Science Parks in Wageningen en Utrecht verstevigen bedrijven als Unilever, FrieslandCampina en Nutricia ook nog hun grip op de wetenschap. En de overheid kijkt weg. “Want”, zo luidt de overtuiging, “de consument heeft een eigen verantwoordelijkheid en vrijheid om te kiezen wat hij of zij wil eten.”

Duur

Maar zolang gezond en duurzaam eten duurder is , zolang tachtig procent van wat in de supermarkt ligt niet past in de ‘Schijf van Vijf’ en zolang de marketingbudgetten van levensmiddelenbedrijven een veelvoud zijn van die van groenten en fruit, blijft elk duwtje in de goede richting dweilen met de kraan open. Alsof je een vloedgolf probeert in te dammen door zandkorrels in de duinenrij te verplaatsen.

In ons welvarende en slimme land kunnen we betere oplossingen verzinnen. Bijvoorbeeld door subsidies af te schaffen op ongewenste vormen van landbouw, door heffingen in te voeren op ongezond en niet-duurzaam voedsel, door maatschappelijke kosten te verwerken in de prijzen en boeren beter te betalen. Maar vooral door een omgeving te creëren waarin consumenten gestimuleerd worden goede keuzes te maken. Dit kunnen we dan mooi bekostigen uit de miljarden die we straks op het zorgbudget overhouden.

Kijk hier voor de weergave op Trouw.

Deel dit artikel opTweet about this on TwitterShare on Facebook
1010469_583119591779467_720225129_n
Zodra wij onze neus buiten de deur steken, worden wij verleid tot ongezonde aankopen.