De Food Co-op

Deze blog schreef ik in de zomer van 2011, toen ik de westkust van Amerika bezocht en daar allemaal voedselinitiatieven aantrof die hier nog lang niet gaande waren.

Wat in Portland niet lukte omdat we eenvoudigweg met onze camper niet in de smalle straatjes konden manoeuvreren, valt ons in Port Townsend zomaar ten deel: een bezoek aan een heuse voedselcoöperatie. Een wat? Jawel een voedselcoöperatie, een People’s supermarket zo je wilt. Een winkel die eigendom is van een vereniging van klanten, die samen voedsel inkopen, de winkel beheren en ook samen bepalen wat het assortiment zal zijn. Waar in Nederland schoorvoetend een paar van deze consumenten-coöperaties (boerencoöperaties kennen we hier al veel langer) het daglicht zien en vrijwilligers bestellingen ontvangen en verspreiden, zijn in Amerika al vele jaren dit soort coöperatieve winkels actief.

Klimop

Deze winkel in Port Townsend (niet ver van Seattle) oogt gelijk al duurzaam: begroeid met klimop, bekleed met leemstuc en veel hout. Geen doorsnee aanblik van een Amerikaanse winkel in ieder geval. Aan de achterzijde zien we een wat rommelig ogende patio waar klaarblijkelijk zelf kruiden en bloemen worden verbouwd en een paar tafeltjes klaar staan voor gasten die er graag hun koffie drinken. Eén ding valt onmiddellijk op als we binnenkomen: de sfeer. Deze winkel wordt nu eens niet gerund door ongeïnteresseerde meisjes die voor veel te weinig loon veel te grote stukken kaas afsnijden. Nee, deze zaak is van de mensen zelf en dat voel je gelijk. Ik ben te gast! Het personeel – geen jonkies in onpersoonlijke winkeljassen, maar vijftigers in hun eigen kloffie – beweegt zich met een zekere autoriteit door de winkel en dat ontdoet hem gelijk van elke anonimiteit. Stelen is hier – als je die neiging al zou krijgen – geen daad tegen een anonieme grootmacht die het toch niet in zijn portemonnee voelt. Ontvreemding van spullen uit deze zaak zou de mensen en boeren rechtstreeks in hun voortbestaan bedreigen.

bonenestafette 227Grappig om zo direct te voelen waar het om draait: duurzaam voedsel zou democratisch en herkenbaar moeten zijn. Gedragen door de local community en betrokken van boeren uit de buurt. Of zoals de Amerikanen het zelf verwoorden: “At the Food Co-op we are committed to offering whole Foods that are minimally processed and organically grown. We choose to sell products free of artificial colorings, flavorings, and preservatives.” Local wordt hier ook echt als local opgevat en komt van streken die enkele tientallen kilometers van de winkel verwijderd liggen. Niet alles wat ik tegenkom voldoet overigens aan die criteria: er is een fiks assortiment houdbare biologische producten dat wordt ingevlogen of van groothandels elders in het land betrokken. En zie ik daar flessen Ecover?

Mission Statement

De Co-op is overvloedig in zijn informatievoorziening. Mission-statements, kranten, jaarverslagen en kleurige folders verhalen allemaal waarom ze doen wat ze doen. En dan verwoord in zulk aanstekelijk Engels, dat elke Nederlandse vertaling de charme ervan gelijk weer teniet zou doen. Neem bijvoorbeeld de ’15 ways to get you started’ om het voedselsysteem grondig te veranderen, die ik tegenkom. Op nummer 1: Don’t take anything at face value – read, listen, observe, research. Look at both sides of an issue and all points in between. Of op 9: Don’t complain about prices, If price is an issue for you on something, ask the farmer nicely if he has anything less expensive cuts, bulk discounts of volunteer opportunities. But don’t ask him to earn less money for his hard work. Kom daar maar eens om in Nederland.

Met een omzet van een dikke 4 miljoen dollar en ruim 5300 leden, een opleidingsprogramma, een board of directors en een general manager, oogt deze Co-op als een serieus instituut in de gemeenschap van Port Townsend. Iedereen mag hier zijn boodschappen doen, maar leden genieten een voordeel van zo’n kleine 10% op de prijs ten opzichte van gasten. Voor de zekerheid vraag ik toch nog maar even na bij de cassière of hier nu mensen op vrijwillige basis werken? “Nee”, lacht ze, “in de begintijd wel. Maar toen kwamen er zoveel vrijwilligers niet opdagen, dat het problematisch werd. Daarna zijn we de medewerkers gaan betalen.” Als ik mijn bewondering uitspreek over het fenomeen en meld dat we dit in Holland nog helemaal niet kennen, suggereert ze nuchter: “Maybe you can start your own?” Tja, daar heeft ze verdorie nog eens helemaal gelijk in ook.

Deel dit artikel opTweet about this on TwitterShare on Facebook
bonenestafette 218
Deze winkel wordt nu eens niet gerund door ongeïnteresseerde meisjes die voor veel te weinig loon veel te grote stukken kaas afsnijden