Mijn overheid

De overheid en ik hebben een lange weg afgelegd. Onze geschiedenis begint in 1990, als ik word aangenomen als beleidsvoorlichter bij het Ministerie van SZW. Ik heb in die tijd veel mooie, betrokken mensen ontmoet, die er alles aan deden dat mensen in het land zo goed mogelijk werden voorgelicht over de sociale zekerheid. Mijn beeld van ‘de ambtenaar’ kantelde voorgoed. Veel kleurrijke collega’s had ik, met vaak verrassende hobby’s en talenten.

Later, in mijn functies bij Natuur & Milieu en Urgenda kreeg ik, nu vanaf ‘de andere kant’, weer veel te maken met de overheid. Een overheid die naar onze mening permanent te weinig deed om ons land duurzamer te maken. Die altijd te weinig geld en moeite stopte in vernieuwende projecten en te veel in het in stand houden van het oude regime. Die de kool en de geit wilde sparen. Toch begon daar, ik schat vanaf ongeveer 2008, verandering in te komen. In 2009 publiceerde het ministerie van (toen nog) LNV zelfs een verrassend verfrissende Nota Duurzaam Voedsel, met prikkelende ambities bijvoorbeeld op het gebied van peulen_89plantaardige eiwitten. Ineens werd het idee geboren van de overheid als partner in de strijd in plaats van een partij waartégen je moet strijden.

Transitiedenken

Inmiddels sijpelt het transitiedenken door in vele overheidslagen. Logisch, want het geeft handvatten om vernieuwende initiatieven een kans te geven, deze beweging te stimuleren zonder zelf de regie daarover te hoeven nemen. Ook nemen lagere overheden een rol op het terrein dat voorheen aan het rijk was voorbehouden. Gemeenten schrijven voedselvisies, bedenken programma’s die stadslandbouw stimuleren of zelfs de consumptie van vlees willen afremmen. Provincies ontwerpen transitieprogramma’s en zetten de vele miljoenen Europese plattelandssubsidies in om innovatie een kans te geven.

Een mooi voorbeeld van dit moment is de provincie Zuid-Holland. In een van de drukst bevolkte provincies van het land, spant een transitieteam zich in om de grondgebonden landbouw een enorme zwengel richting duurzaamheid te geven. Dat doet ze met een duidelijke visie, een ambitiedocument met prikkelende ambities (zoals 80% eten uit de regio in 2036) en een bijbehorende pot geld van zo’n 15 miljoen euro. De provincie wil Proeftuinen laten ontstaan waarin volop wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van landbouw. Met meer regionaal voedsel, met het leveren en exporteren van hoogwaardige kennis, met het sluiten van landbouwkringlopen en een goede biodiversiteit. Dit alles met een simpel doel: “Gezond, duurzaam en betaalbaar voedsel voor iedereen in Zuid-Holland”.

img_6390Mix van instrumenten

Er is nog veel verwarring over de rol van de overheid in die voedseltransitie. Er is ook niet één recept, maar gaat om de juiste mix van instrumenten. Een visie bijvoorbeeld in combinatie met regels en stimuleringsmaatregelen. Als die mix niet klopt, zit de overheid ontwikkelingen in de markt eerder dwars dan dat ze die bevordert. Of zoals senior beleidsadviseur uit Zuid-Holland Hans Koot het formuleert: “Het heeft geen zin te faciliteren als je niet weet waartoe”.

Op het VOER-café van 8 december gaan we kijken wat werkt en niet werkt. Innovatieve overheden presenteren zich. En samen met ondernemers en de transitiewetenschap, proberen we meer helderheid te krijgen over de verschillende rollen van rijk, provincies en gemeenten.

Deel dit artikel opTweet about this on TwitterShare on Facebook
IMG_0348
Als die mix van instrumenten niet klopt, zit de overheid ontwikkelingen in de markt eerder dwars dan dat ze die stimuleert.